Het Balfour Fortuin 02 - Liefde aan de horizon

By: Sharon Kendrick


Hoofdstuk 1





Zelfs de stralende mediterrane zon wist Kat niet vrolijker te stemmen. Gefrustreerd streek ze het donkere haar uit haar gezicht, achteroverleunend in het zachte leer waarmee de bank van de limousine was bekleed. Het was nu een week geleden, maar de avond stond haar nog al te levendig voor de geest. De avond waarop beschuldigingen – en tegenbeschuldigingen – als de ronddraaiende bladen van een helikopter door de lucht waren gevlogen.

En er al weer een duister familiegeheim de kop had opgestoken.

Waarom, o, waarom had dit nu precies moeten gebeuren tijdens het Balfour-liefdadigheidsbal: een evenement waarbij per definitie persmuskieten van over de hele wereld in de bosjes lagen te wachten op een vette primeur? Even deed Kat haar ogen dicht. Die hadden hun geluk vast niet op gekund!

Het bal van vorig jaar was al erg genoeg geweest. Wat had ze zich vernederend voor schut gezet tegenover die arrogante Spanjaard, Carlos Guerrero, al was daarvan gelukkig alleen haar vader getuige geweest. Deze keer zouden de gevolgen echter een stuk vérstrekkender zijn, nu haar tweelingzusjes hadden bekendgemaakt dat hun lieve zusje Zoe door een andere man was verwekt, en dus helemaal geen Balfour was.

De paparazzi, die zelfs al dagen tevoren als bloedhonden om het landgoed hadden gecirkeld, hadden hun kans geroken, en het had niet lang geduurd voor de naam van hun familie hen vanaf alle roddelbladen had toegeschreeuwd. En weer was de naam Balfour vergezeld gegaan van de woorden die Kat inmiddels maar al te vertrouwd waren, maar die haar iedere keer weer diep kwetsten. Schandaal! Sensatie! Doofpot!

Misschien was dat inderdaad allemaal wel van toepassing op de familie Balfour, maar dat ze nu toevallig rijk waren, betekende nog niet dat ze ongevoelig waren voor pijn. Als je hen prikte, kwam er ook gewoon bloed uit, net als bij andere mensen. Niet dat ze dat ooit lieten blijken, uiteraard… Kat al helemaal niet. Een grimmig lachje gleed over haar gezicht. Zodra je liet zien dat iemand je pijn had gedaan, maakte je je kwetsbaar. En kwetsbaarheid was zó gevaarlijk. Als iemand dat wist, was zij het wel.

Ze staarde uit het autoraampje, denkend aan de manier waarop ze met de meest recente vernedering was omgegaan. De manier waarop ze met iedere vernedering omging, eigenlijk: ze was het familielandgoed ontvlucht. Ver was ze niet gegaan, dat moest ze toegeven, niet verder dan Londen. Daar had ze – onder een valse naam en met een enorme zonnebril op haar neus – haar intrek genomen in een hotel.

Tot haar vader haar gisterochtend had gebeld met de mededeling dat hij een ‘buitenkansje’ voor haar had.

Waarom had ze toen een lichte argwaan niet kunnen onderdrukken? Misschien omdat ze met Oscar, haar biologische vader, nooit zo close was geweest als met Victor, haar lieve stiefvader? Haastig knipperde Kat de dreigende tranen weg, en toverde de uitdagende uitdrukking op haar gezicht die haar handelsmerk was geworden. Ze ging nu niet aan haar stiefvader denken. Of aan het verleden. Echt niet. Dan kwamen immers onvermijdelijk de woede en de spijt weer, en al die andere pijnlijke emoties die ze voortdurend zo krampachtig op een afstand probeerde te houden.

Enigszins op haar hoede had ze gevraagd: ‘Wat voor buitenkansje, pap?’

Even was het stil gebleven. Had ze het zich maar verbeeld, of had zijn stem een ongewoon harde ondertoon gekregen toen hij uiteindelijk had gezegd: ‘Een buitenkansje dat je niet kunt laten lopen. Zei je laatst op het bal niet dat je leven zo saai was, Kat?’

Had ze dat gezegd? Was ze in een moment van zwakte echt zo dwaas geweest aan het hoofd van de Balfour-clan te laten doorschemeren dat er door haar aderen een rivier van eenzaamheid vloeide? ‘Heb ik dat gezegd?’

‘Zeker. Dus waarom zou je de gelegenheid je zinnen even helemaal te verzetten niet met beide handen aangrijpen? Hoe klinkt een boottocht over de Middellandse Zee je in de oren?’

Als muziek. Precies wat ze nodig had. Gezonde zeelucht en de kans even alles te ontvluchten. En hoewel haar vader pesterig had geweigerd haar verdere details te geven, was Kat ervan overtuigd dat het een feestje zou worden. Oscar mocht dan niet altijd evenveel geduld voor zijn dochters kunnen opbrengen, in zijn hart deed hij niets liever dan ze schromelijk verwennen.

En daarom reed zij nu dus – gezeten op de comfortabele achterbank van een limousine – de betoverende haven van Antibes binnen, waar een stralende zon de welgestelde vakantiegangers bescheen. De zee glinsterde in de prachtigste tinten kobalt en azuur, en de haven lag tjokvol luxejachten, de een nog groter en duurder dan de ander. Maar ja, dat was typisch Zuid-Frankrijk: glitter en glamour, en bakken met geld.

Met een handigheid die jarenlange oefening verried, bande Kat alle onaangename gedachten uit haar hoofd, op het moment dat de limo soepeltjes tot stilstand kwam naast een rij schitterende, zacht deinende jachten.